Tijdschrift Medisch Dossier / Vijf vragen over PMKT

 

Binnen haar werk als fysiotherapeute liep Wilma al enige jaren aan tegen het feit dat een fysiotherapeutische behandeling wel het lichaam en het bewegen verbeterde, maar het ‘lastige gedrag’ van de kinderen verbeterde daarmee niet. En praten met kinderen over hun probleemgedrag werkte bij de meeste kinderen ook niet.
Al zoekende kwam zij in 1989 terecht bij de post-hbo opleiding tot psychomotorisch kindertherapeut. Daar werd het lijf en het bewegen ingezet ter verbetering van de ontwikkeling en in het bijzonder het sociaal en emotionele gedrag van het kind.
De psychomotorische kindertherapie (pmkt) is ontstaan in de praktijk en was en is heel praktisch van aard. Als psychomotorische kindertherapeut ging zij samen met collega’s de daaropvolgende jaren op zoek naar onderbouwing en ‘bewijsmateriaal’ voor de positieve resultaten die via deze therapie bereikt werden. Gelukkig kwam er steeds meer wetenschappelijk onderzoek naar brein en gedrag beschikbaar en werd het daarmee mogelijk om kindertherapeutische interventies te onderbouwen en te verklaren.

 

Wat is Psychomotorische kindertherapie?
Psychomotorische Kindertherapie (PMKT) is een behandelwijze voor kinderen die vastlopen in hun ontwikkeling en dat uiten in probleemgedrag.
Deze kinderen ontbreekt het aan gedragskeuzevrijheid. Zij kunnen niet anders dan in bepaalde situaties angstig of star, dan wel boos, ongecontroleerd of somber reageren. Simpelweg omdat ze zich niet anders kunnen uiten. Psychomotorische kindertherapie is erop gericht de gedragskeuzevrijheid terug te geven aan het kind. Dit gebeurt door kinderen gericht te laten spelen, door ze te leren hoe ze hun stress kunnen reguleren, door ze te helpen bij het verwerken van emoties en door hen ander gedrag ‘te laten ervaren’. Op die manier krijgen kinderen meer gedragsalternatieven tot hun beschikking, gaan ze weer beter functioneren en wordt ontwikkelingsgroei weer mogelijk.
De therapeut heeft daarbij keuze uit een breed aanbod van middelen, zoals bewegen, lichaamsgerichte oefeningen, spel, muziek, ritme en creatieve materialen. De therapeut zet het middel in waarmee het kind zich het beste kan uiten en sluit daarmee van bij de belevingswereld van het individuele kind. Al bewegend en spelend wordt het kind in staat gesteld te uiten wat het niet in woorden kan uitdrukken en kan het kind oefenen met nieuw gedrag.
De veilige therapeutische omgeving en de deskundige reactie van de therapeut brengen een veranderingsproces tot stand. Het kind krijgt de kans om nieuwe ervaringen op te doen en/of negatieve ervaringen te verwerken.
Samenwerking met ouders en anderen uit de leefomgeving van het kind, ondersteunen het proces en zorgen ervoor dat ouders en kind weer in staat zijn op eigen kracht verder te gaan.

 

Hoe werkt dat: gedrag veranderen?
Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat wat je genetisch hebt meegekregen (je constitutie en je talenten), de leefomgeving en de ervaringen die we opdoen, van wezenlijk belang zijn voor ons gedrag. Ons Brein is het orgaan wat verantwoordelijk is voor ons gedrag. Ervaringen, die een mens opdoet, bepalen welke verbindingen in de hersenen worden gelegd. Deze verbindingen vormen patronen die gedurende het hele verdere leven blijven bestaan. Deze patronen bepalen hoe we reageren op iedere volgende situatie in het leven. Soms is het nodig om bepaalde patronen (gedrag) te veranderen of bij te stellen, omdat het gedrag in nieuwe situaties, niet meer adequaat blijkt en voor onbegrip of irritatie in de omgeving zorgt.
Diverse onderzoeken ondersteunen het idee dat psychische functies, waaronder denken en voelen, zich ontwikkelen in een affectieve (liefdevolle)relatie. In een later leven kan een affectieve relatie met een ander veranderingen aanbrengen in die psychische functies.
De therapeut zal zich binnen een veilige, affectieve (liefdevolle)relatie, die hij/ zij opbouwt met het kind, richten op het teweegbrengen van veranderingen in de manier waarop het kind zichzelf beleeft en omgaat met de wereld om zich heen, waardoor de ontwikkeling van het kind positief gestimuleerd wordt. De Psychomotorisch Kindertherapeut biedt binnen een veilige omgeving, die ervaringen aan waarmee nieuwe patronen en dus ander gedrag kan ontstaan bij elk specifiek kind.

 

Bij de ontwikkeling van een kind wordt uitgegaan van het Bouwstenenmodel van Truus Bakker, psychotherapeut en orthopedagoog en deskundige op het gebied van hechtingsproblemen en adoptie. Verder spelen ook de theorieën over brein en trauma van Bruce Perry, een Amerikaanse (kinder-)psychiater en ontwikkelaar van het Neurosequentieel model van therapie (NMT-model) een belangrijke rol binnen pmkt m.b.t. de emotieregulatie, traumabehandeling en ontwikkeling van het kind.

 

Wanneer wordt psychomotorische kindertherapie ingezet?
Kinderen tot een ontwikkelingsleeftijd van ongeveer 12-14 jaar, die vastlopen in hun ontwikkeling en dat uiten in probleemgedrag kunnen bij de psychomotorisch kindertherapeut terecht.
Kinderen kunnen vastlopen in hun ontwikkeling ten gevolge van een stoornis, zoals AD(H)D, Autismespectrumstoornissen, hechtingsproblematiek, angststoornissen of overige psychische problemen, of ten gevolge van een belemmering ontstaan door een traumatische gebeurtenis in hun leefomgeving, zoals ziekte, verlies, scheiding of seksueel misbruik.

 

Het probleemgedrag kan zich uiten in één of meerdere aspecten van het gedrag:
In bewegingsgedrag zoals, problemen met motorische basisvaardigheden (onhandig gedrag), te weinig lichaamsbesef, overbeweeglijkheid, passiviteit (eventueel leidend tot obesitas) en/ of problemen met de fijne motoriek en schrijfproblemen
Het probleemgedrag kan zich uiten in sociaal/ emotioneel gedrag, zoals agressief of teruggetrokken gedrag, moeilijk contact maken en/of onderhouden anderen, (faal-)angst, negatief zelfbeeld, weinig zelfvertrouwen, emotie regulatie problemen en/of problemen in de sociale omgang
Het probleemgedrag kan zich uiten in cognitief gedrag, zoals aandachts- en motivatieproblemen, planningsproblemen, impulsiviteit en/of informatieverwerkingsproblemen.

 

PMKT binnen de ambulante hulpverlening is niet geïndiceerd wanneer er duidelijk sprake is van een ernstig psychiatrisch ziektebeeld, ernstig verstoorde gezinsomstandigheden of de problematiek anderszins zeer complex of ernstig van aard is. In dergelijke gevallen dient de psychomotorische kindertherapie plaats te vinden binnen een multidisciplinair behandelteam.

 

Welke opleiding heeft een psychomotorische kindertherapeut?
Om psychomotorisch kindertherapeut te worden volg je de 3-jarige (parttime) post hbo-opleiding tot psychomotorisch kindertherapeut te Utrecht. PMKT is een lichaams-, bewegings- en ervaringsgerichte opleiding, waarbij je naast een heleboel therapeutische vaardigheden ook stilstaat bij jezelf en je eigen ontwikkeling en persoonlijke leerdoelen.
Tot de opleiding Psychomotorische Kindertherapie worden studenten toegelaten die in het bezit zijn van minimaal een afgeronde hbo-opleiding die aansluit op de doelstellingen van de opleiding PMKT.
Dit betreft onder andere opleidingen op: pedagogisch en agogisch gebied; therapeutisch terrein, paramedisch vlak of medisch vlak.
De student moet over een goede beheersing van de Nederlandse taal beschikken, zowel schriftelijk als mondeling (hbo-niveau). Daarnaast is enige werkervaring vereist, bij voorkeur met kinderen.

 

Wanneer is de psychomotorische kindertherapie succesvol?
De therapie is geslaagd wanneer het kind weer lekker in zijn/ haar vel zit, wat zichtbaar is in het gedrag. Het kind heeft meer zelfbesef en zelfvertrouwen, een positiever zelfbeeld en is beter in staat zijn emoties te reguleren. Het kind kan weer voldoende meedoen in de omgang met leeftijdgenootjes en groeit weer verder in zijn ontwikkeling. Ouders/ verzorgers voelen zich weer voldoende in staat om, samen met het kind, op eigen kracht verder te kunnen.

 

De vergoeding voor de therapie is verschillend:

  • een groot aantal gemeentes vergoed de therapie, wanneer de betreffende therapeut een contact heeft bij de Gemeente of via een PGB, wanneer de therapeut geen contract heeft.
  • een klein aantal ziektekosten verzekeringen vergoeden de therapie gedeeltelijk in het aanvullende pakket (meestal valt het dan onder alternatieve zorgvergoeding)
  • de therapie wordt ook vaak door ‘passend onderwijs’ instanties betaald. Dan moeten er ook gedragsproblemen op school zijn, die school niet zelf opgelost krijgt.


Verwijzing kan door een huisarts, (kinder-)specialist, wijkteams, ib’er van school, orthopedagoog (eventueel verbonden aan ‘passend onderwijs’ organisatie), psycholoog, etc. Men kan zelfs op eigen initiatief, dus zonder verwijzing, zich aanmelden bij de psychomotorisch kindertherapeut en met deze overleggen wat de mogelijkheden zijn om de therapie vergoed te krijgen.
Meer info over de opleiding: https://www.pmkt-opleiding.nl
U vindt psychomotorisch kindertherapeute via de website: https://www.vaktherapie.nl/

 

Wilma Brands-Zandvliet studeerde psychomotorische kindertherapie (PMKT) in Breda. De afgelopen 25 jaar werkte zij als zelfstandig PMKT-therapeute met kinderen met variërende gedragsproblemen, waarbij zij zich speciaal interesseerde in kinderen met hechtingsproblemen. Zij is betrokken geweest bij de ontwikkeling van de PMKT in de afgelopen 25 jaar, zowel binnen de opleiding tot psychomotorisch kindertherapeut als in de landelijke beroepsvereniging (Nederlandse Vereniging voor Psychomotorische Kindertherapie). Zij is leerkracht aan de Opleiding voor Psychomotorische Kindertherapie te Utrecht. Samen met Anjolan Eisenga-Oppenoorth, schreef zij o.a. ‘Psychomotorische kindertherapie, een theoretische onderbouwing’.

 

fotolia 100739842bew

INSCHRIJVEN

 

Schrijf u direct in voor één van onze opleidingen

 

 

 

 

 

 

Naar inschrijfformuliermeer roze